‘Sport is onnatuurlijk. Geen enkel dier doet aan sport.’

Aan dit citaat van bioloog en sporthater Midas Dekkers moest ik op de eerste warme dag van het jaar denken. Met de zomer voor de deur komt iedereen traditiegetrouw uit de winterslaap. Van bootcampers, wielerclubjes, voetballers, hardlopers tot fitnessende moeders; waar de een zich richt op een PR op de marathon, is de ander vooral bezig met het kwijtraken van overtollige kilo’s. Gemeenschappelijk staart het overgrote deel van de sporters zich vooral blind op de (cosmetische) korte termijn resultaten.

In het bedrijfsleven is dat niet anders. Aandeelhouders en directieleden willen een trend doorbreken, en achten acute veranderingen noodzakelijk. Gericht op tegenvallende kwartaalcijfers, verplichte audit of migratie moet resultaat X worden bewerkstelligd waarbij het korte termijn doel de middelen heiligt. Los van het feit dat het resultaat in zo’n geval zelden wordt behaald, het ware verlies wordt elders geleden. Zolang de verandering geen intrinsieke herkomst kent, zal het immers nooit beklijven. Natuurlijk kun je gewicht verliezen door tijdelijk te minderen met de calorie inname, maar zoals met diëten geldt: de tijdelijke aard ervan maakt per definitie dat er op lange termijn geen resultaat zichtbaar is.

De kunst zit hem erin om de juiste betekenis te geven aan de weg naar het resultaat. Voldoende trainen, elkaar opjutten, grenzen verleggen, aanmoedigen en leren genieten van bloed, zweet en tranen. Dat zou ook het devies moeten zijn aan het bedrijfsleven. Weinig organisaties richten zich immers op het ‘bijhouden van de conditie’ of investeringen die pas over enkele jaren zullen renderen. En dat is vreemd. Uit cijfers blijkt dat 80% van alle veranderingen nauwelijks resultaat oplevert, en dat is deels te wijten aan de focus op de korte termijn. Cultuur en gedrag laten zich niet veranderen door een opgelegde training of de zoveelste eenzijdige visie van directies (‘de stip aan de horizon…’). Echte verandering ontstaat vaak spontaan en begint op microniveau. Door goed te luisteren naar de gemeenschappelijke interesses van uw medewerkers evolueert uw organisatie richting de lange termijn doelstelling die u voor ogen heeft.

Hoe dat bij Bauhaus zit? Inmiddels staan er 2 racefietsen in het kantoor opgesteld om virtueel een berg op te fietsen ter voorbereiding op de beklimming van de Stelvio in september. Collega’s komen voor of na kantooruren binnen om zich in het zweet te werken, wat leidt tot verbinding en competitie. Rationeel gezien doet het natuurlijk wat doelloos aan, trappend op een fiets in een lege kantoorruimte. Maar misschien is de beklimming van de Stelvio helemaal niet het doel. Misschien is het een middel om op een andere manier betekenis te geven aan samenwerking. In dat geval zit de winst dus in de weg naar het doel. Omarm en faciliteer dus vooral de initiatieven van uw medewerkers wanneer ze fietsen op kantoor willen plaatsen of gezamenlijk gesponsord willen worden voor een sportevenement. Met elke omwenteling kom je niet alleen dichter bij de top, maar vooral dichter bij nieuwe betekenissen. Nieuwe betekenissen zijn noodzakelijk om heilige huisjes omver te schoppen en datgeen in twijfel trekken waar niemand uitleg over kan geven. Natuurlijk is sport onnatuurlijk, net als cosmetische verandering. Maar wie zichzelf en zijn organisatie aanleert om tijd te nemen voor een evolutie, vergroot de kans op overleving en ziet ontwikkelingen in de markt als uitdagingen in plaats van bedreigingen. Wat mij betreft is de stelling van Midas Dekkers over de onnatuurlijkheid van sport niet zo relevant. Treffender is de reactie in het jaar 1924 van bergbeklimmer George Mallory op de vraag ‘Why did you want to climb Mount Everest?’. Waarop Mallory antwoordde: ‘Because it’s there.’

Leave a comment